Staatsvorm
Sinds 1932 is Thailand een constitutionele monarchie. De koning en regering bevinden zich in de hoofdstad Bangkok. Het land is verdeeld in 73 provincies, changwats, met aan het hoofd een door de koning benoemde gouverneur. Alhoewel de Thaise democratie de laatste jaren steviger in zijn schoenen is komen te staan, blijft het leger een belangrijke factor van betekenis. Staatsgrepen zijn in het verleden dan ook regelmatig voorgekomen. Het koningshuis wordt diep gerespecteerd door de Thaise bevolking. In vele winkels, huizen, tempels en openbare gebouwen hangt een portret van de koning Bhumibol Adulyadej, of Rama IX en koningin Mom Rajawongse Sirikit Kitiyakara. Een afbeelding van de koning en koningin mag nooit bespot worden en wordt het liefst zo hoog mogelijk boven ooghoogte van de mensen gehangen. De koning heeft nog steeds een belangrijke invloed op het politieke en religieuze leven. Dit blijkt ook uit de vlag van Thailand. De vlag heeft vijf horizontale banen: rood-wit-blauw-wit-rood. Rood is het symbool voor de Thaise natie en de blauwe baan - dubbel zo breed als de andere banen - symboliseert het koningshuis. De witte banen staan voor het geloof, waar het koningshuis ook een belangrijke taak in vervult. De koning wordt vanuit het Boeddhisme min of meer als een heilige vereerd, maar hij waakt ook over de vrijheid van andere godsdiensten.